• Volg ons op:

Techniek van boer moet ecologie faciliteren

26 mrt 2019
  • Productie en biodiversiteit zijn te verhogen met stroken- en/of mengteelt

    ‘Techniek van boer moet ecologie faciliteren’

    Naar de toekomst toe moeten boeren gewassen meer in stroken telen of mengen op een perceel. Dit kan de productie verhogen, voorkomt ziekten en is goed voor de biodiversiteit. Bij de ontwikkeling van machines moet ondersteuning van de ecologie leidend zijn.

    Dirk van Apeldoorn, ecoloog en agronoom bij Wageningen University & Research (WUR) vertelde vorige week op de studiedag van de Nederlandse Vereniging Techniek in de Landbouw (NVLT) in Nieuwegein wat agro-ecotechnologie kan opleveren. Een robuust teeltsysteem in combinatie met moderne technieken.

    Met twee grafieken naast elkaar liet Van Apeldoorn zien dat het aantal landbouwbedrijven en het aantal insecten de afgelopen jaren dramatisch zijn gedaald. Wat hebben die met elkaar te maken? ‘Beide hebben te maken met de toenemende schaalvergroting in de land- en tuinbouw. Dit leidt onder andere tot de inzet van steeds zwaardere trekkers. Technisch zitten we misschien wel op een kantelpunt.’

    Monoculturen

    Het Nederlandse landbouwareaal is voor 55 procent grasland, vooral Engels raaigras. Daarnaast monoculturen van vooral mais, aardappelen, bieten en graan op steeds grotere percelen.

    De technische ontwikkeling van machines en werktuigen is mede leidend geweest bij de invulling van dit teeltsysteem. ‘Sinds de uitvinding van de ploeg zijn we in lijnen gaan werken en dat voldoet niet meer’, vindt de onderzoeker.

    Voor de ecologie is het beter om met strokenteelt te werken, zoals op het biologisch landbouwbedrijf Erf in Lelystad. Op een perceel van circa 50 hectare worden gewassen in stroken van 6, 12, 24 en 48 meter geteeld. Daardoor neemt het aantal natuurlijke vijanden toe en breken ziektes minder snel groots uit. Het bedrijf krijgt ondersteuning van de WUR en het Louis Bolk Instituut.

    ‘Aardappelen houden van strokenteelt en laten hogere opbrengsten zien. Bij peen en spruiten is het effect minder, maar er is wel potentie om de opbrengsten te verbeteren. Denk aan plantafstand en rassenkeuze. De techniek faciliteert de ecologische processen. Bij het rooien van de aardappelen rijdt de kieper op het perceel op een naastgelegen grasstrook met betere draagkracht.’

    Uit literatuuronderzoek blijkt dat de meeropbrengst vooral is te bereiken met smalle stroken tot 3 à 6 meter. Dit geeft opbrengstverhogingen tot 25 procent. ‘Smalle stroken zijn ook interessant voor natuurlijke vijanden. In stroken van 6 meter breed komen twee keer zoveel loopkevers voor als in 48 meter brede stroken. Ook de diversiteit van de natuurlijke vijanden neemt toe’, zegt Van Apeldoorn.

    Bij een strokenteelt is de ziekteverspreiding 20 tot 75 procent minder. ‘Het verschil is te vergelijken met een steen die je in een vijver of in een sloot gooit. In de sloot krijg je alleen lijnwerking. Hoe smaller de strook, hoe minder de uitbreiding van phytophthora. Het biedt kansen om resistente en niet-resistente aardappelrassen af te wisselen’, zegt de onderzoeker.

    Telers kunnen de ecologie nog meer benutten door gewassen binnen een perceel te mengen en daarbij rekening te houden met de diversiteit van de grond. ‘Niet de bodem plaatsspecifiek repareren met bijvoorbeeld compost, maar een gewas op de juiste plek telen met minder input’, legt Van Apeldoorn uit.

    Proefveld

    De WUR-onderzoeker heeft meegewerkt aan een proefveld met ver-schillende gewassen op stukken grond van 50 bij 50 centimeter. ‘Een dergelijk teeltsysteem kost veel arbeid en daarom moet de technische ontwikkeling de schaalgrootte verkleinen. Met intercropping en pixelfarming kunnen we kleiner gaan werken ten behoeve van de ecologie’, zegt Van Apeldoorn, die daarbij denkt aan autonome robots.

    Een andere mogelijkheid is om met de gewaskeuze de natuurlijke vijanden een handje te helpen, vertelt de onderzoeker.

    ‘Bij de veldboon zit nectar aan de buienkant van de bloemen. Dit is voedsel voor de sluipwesp’, legt Van Apeldoorn uit. ‘Door veldbonen te mengen met verschillende koolrassen, lok je koolwitjes naar specifieke planten en hoeft de sluipwesp niet naar rupsen te zoeken om zich voort te planten. Zo kun je een teeltsysteem schoonhouden zonder de inzet van gewasbeschermingsmiddelen.’

    Bronvermelding: Nieuwe Oogst, zaterdag 2 maart 2019, schrijver Han Reindsen